Je materiaal aanleveren
Twee mappen in je materiaalscherm, en waar je iets in sleept is de enige vraag die ooit gesteld wordt.
Twee mappen in je materiaalscherm
| De bouwmap | materiaal dat nog samengesteld moet worden: losse foto’s, een achtergrond, drie beelden die samen iets moeten worden |
| De dumpmap | afgewerkte bestanden, klaar om in te plannen. Aan wat hier ligt verandert niets |
Dat zijn de twee waar je bestanden in sleept. Er is een derde, de ontwerpmap, maar die hoort bij het merk en niet bij je materiaal: je vindt hem onder Instellingen. Verderop staat waarom dat geen detail is.
Waarom je moet kiezen waar iets landt
Omdat het bestand de vraag niet kan beantwoorden. Een achtergrond die je klant aanlevert, kan toevallig precies de verhouding van een Instagrampost hebben. Dan zou hij als afgewerkte post in je kalender belanden terwijl hij bedoeld was als ondergrond.
Er bestaat geen kenmerk in een bestand dat dat onderscheid draagt — alleen de persoon die het sleepte weet het. Dus wordt het één keer gevraagd, op het moment dat het binnenkomt. Daarna nooit meer.
De dumpmap is de uitgang, en meteen de voorraad
Wat in de bouwmap goedgekeurd raakt, verhuist er automatisch naartoe, en vanaf dat moment is er geen verschil meer met een bestand dat je zelf uploadde.
En daar haalt Plano zijn werk: vraag je hem een maand in te plannen, dan is wat in de dumpmap ligt waar hij uit kiest. Samengesteld wordt er niets meer — aan de bestanden zelf verandert niets — maar het is wel de map die je vol houdt.
De ontwerpmap is een regelboek, geen rommellade
Dit is het onderscheid dat het makkelijkst fout gaat. Gooi je elke klantfoto in de ontwerpmap, dan is het na drie maanden geen regelboek meer en werkt het niet meer waar het voor bedoeld is.
Daarom staat hij ook ergens anders: bij de instellingen van het merk, samen met het logo in zijn varianten, de lettertypes met hun maten, de kleuren, de marges, de veilige zones, en vaste elementen zoals een kader of een balk. Dat is niets wat je elke week aanraakt.
Ruw materiaal hoort dus in de mediabibliotheek van het merk: doorzoekbaar, herbruikbaar, met de datum en de post waarin het gebruikt is. De ontwerpmap houdt alleen wat nooit verandert.
Wat je best aanlevert
- Het origineel, niet een geëxporteerde versie. Een bestand dat al een keer voor Instagram is klaargemaakt, is al bijgesneden.
- Ruimer dan je denkt nodig te hebben. Een verhaal is staand, een LinkedIn-post is liggend; wie krap aanlevert, verliest een van beide.
- Zonder tekst erop, als er tekst bij moet. Tekst die in de foto gebakken zit, kan niet meer mee veranderen met de taal of het formaat.

Kom je er niet uit? Stel je vraagAlle onderwerpen
